Nieuws en links

Scheve kopstand konijn

 

Encephalitozoön cuniculi bij het konijn

Een mannetjes konijn van 6 jaar heeft plotseling last van een scheve houding van zijn kop. Hij eet nog goed, maar verliest wel soms zijn evenwicht. De bezorgde eigenaresse belt ons en maakt een afspraak om hem na te laten kijken. Bij ons op de praktijk valt op dat het konijn behalve een scheve kop ook een ritmische beweging van de ogen heeft. Daarnaast blijkt uit navraag bij de eigenaresse dat het konijn meer drinkt en meer plast. De dierenarts kan bij een nauwkeurig lichamelijk onderzoek geen bijzonderheden vinden. Op grond van de verschijnselen is het zeer waarschijnlijk dat dit konijn lijdt aan E. cuniculi. De behandeling bestaat uit het dagelijks toedienen van panacur pasta. Na 6 weken zijn alle verschijnselen verdwenen. De eigenaresse houdt daarna het konijn extra goed in de gaten. Het kan namelijk ook na de behandeling nog steeds drager zijn en de verschijnselen zouden op een zekere dag terug kunnen komen.

Encephalitozoön cunculi is een parasitaire aandoening bij het konijn die vrij regelmatig voorkomt. Lang niet altijd heeft het konijn verschijnselen, ook kan het voorkomen dat een konijn pas lange tijd na besmetting verschijnselen gaat ontwikkelen. Stress of andere factoren die de weerstand van het konijn verminderen kunnen hierbij een rol spelen. De verschijnselen van de ziekte kunnen heel divers zijn. Zo kan een konijn hersenverschijnselen ontwikkelen, bijvoorbeeld een scheve kop, omrollen, epileptiforme aanvallen, zwaaibewegingen met het hoofd of ritmische bewegingen van de oogbol (nystagmus).  Het konijn kan ook problemen ontwikkelen aan de achterpoten, te denken valt dan aan verminderde kracht of verlamming aan de achterpoten, of een dronkenmansgang (ataxie). Tevens kunnen nierproblemen ontstaan, zoals meer drinken en meer plassen en urinebrand. Oogproblemen uiten zich als staar of ontstekingen in de voorste oogkamer. Daarnaast kan het konijn vermageren. Besmetting kan plaatsvinden door contact met urine van een besmet konijn. Daarnaast kan de ziekte in de baarmoeder worden doorgegeven van de voedster op de ongeboren jongen. De diagnose is soms lastig te stellen. Er kan bloedonderzoek of urineonderzoek gedaan worden. De uitslagen zijn echter meestal niet bewijzend voor de actieve infectie. Bij verdenking op E. cuniculi zal direct behandeld worden met panacur. In sommige gevallen kan dit gecombineerd worden met antibiotica en eventueel pijnstillers. Het lukt helaas meestal niet om het konijn helemaal vrij te krijgen van E. cuniculi. Het doel van de behandeling is dan ook de verschijnselen zoveel mogelijk te onderdrukken. De behandeling kan 1 tot 2 maanden in beslag nemen. Soms kan een konijn de verschijnselen terugkrijgen, meestal vanwege stress of een andere oorzaak van verminderde weerstand.

Terug naar overzicht